De Roemenie reis, een impressie

 

Deel 3  van het reisverslag

Het is al weer vrijdag. De tijd vliegt in Band. Gister zijn er al scheppen gekocht. We hebben zelf de stelen aan het blad gezet. Vandaag kunnen we misschien aan het werk! Ook vandaag is er weer kinderwerk Vandaag is het verhaal van de verloren zoon aan de beurt. Er worden extra kleurplaten gekopieerd, omdat veel kleinere kinderen nog niet goed kunnen knutselen. Je ziet ze trouwens wel met sprongen vooruit gaan! De laatste melkpakjes van de Super de Boer worden uitgedeeld. We moeten wat anders gaan verzinnen.
Tegen de middag komt Jan Hoetmer terug van een gesprek met Paul Crisan en de architect. We kunnen beginnen met de bouw!!! Het grondstuk waarop het daycenter komt moet 30 centimeter worden afgegraven. Ook moet er een gat van anderhalve meter diep worden gegraven. De architect wil zien hoe de bodemgesteldheid is. Vol enthousiasme verdwijnt een grote groep naar het veld. Onder Johannes' bezielende leiding vliegt het zand al gauw alle kanten uit. Soms komt dat zand wel op heel vreemde plekken terecht,….hè Marrie? Enthousiast komt de groep tegen vieren terug. Om vijf uur staat er nog een voetbalwedstrijd op het programma en daarvoor moet je wel een beetje fit zijn.
De corveeploeg zit ondertussen ook niet stil. In de school wordt behoorlijk huisgehouden, de theedoeken worden gewassen en de wasbakken en plees geuren naar chloor, ook al zien ze er niet uit. Inmiddels is er ook een hokje in de tuin in gebruik genomen. Arko heeft het gat eronder wat dieper gemaakt. Grappig, deze duo-plee heeft twee deuren, maar als je binnen bent zit je gezellig naast elkaar zonder afscheiding ertussen.
Na de voetbalwedstrijd heeft iedereen honger. De pannen zijn in een mum van tijd leeg. Daarna gaan we BOEM-en. De dankbaarheid overheerst: de bouw is begonnen! We danken onze hemelse Vader voor zijn goedheid.

Zaterdag, een beetje speciaal. Vanavond is het 'doorzakavond'. Maar eerst gaan we met een groep graven en een groep doet kinderwerk: het laatste in Nederland voorbereide verhaal: Zacheus. We moeten gaan kijken naar nieuwe onderwerpen en werkjes erbij natuurlijk.
Vandaag delen we drinken met tarwekoekjes uit. De melkpakjes zijn op. Misschien moeten we volgende week wat voedzamers verzinnen: fruit…een banaan of zo.
In de loop van de middag betrekt de lucht. De groep die nu aan het werk is komt uiteindelijk doornat terug: een gigantische bui. Gaat het nog wel wat worden met de voetbalwedstrijd van 5 uur? Maar gelukkig, het weer knapt weer op en de wedstrijd gaat door. Marrie staat pal in het doel! Dat vinden de zigeuners heel raar trouwens, al die vrouwen die meevoetballen. Hun meisjes zitten aan de kant.
Deze avond hebben we Anna, de directrice van de school met man en kind voor het eten uitgenodigd en het kampvuur daarna. De zigeuners hebben beloofd voor hout te zorgen. Dat doen ze ook. Tegen een uur of 6 komt er een paard en wagen aan, met pastor Bela op de bok. Samen met een andere man gooit hij wat takken op een hoop. We beseffen, dat ze die zelf gesprokkeld hebben in het bos, geen gezeur dus, al zijn de takken nat en is de oogst wat mager. Hadden ze het eigenlijk niet beter zelf kunnen houden om hun potje op te koken?
Inmiddels komen ook de families van de Berg en Hoetmer binnendruppelen omdat ze morgen graag meewillen naar de kerkdienst van de zigeuners. We zullen dus met een groep van zo'n 40 personen eten. We hopen dat het droog blijft en optimistisch sjouwen we de hele inventaris aan stoelen en tafels naar buiten.
Het loopt tegen zevenen, de voetballers zijn terug, het eten is klaar en nu zitten we allemaal op Anna en haar familie te wachten. We durven niet te gaan eten, want dat is een beetje onbeleefd waarschijnlijk. Om half acht is er nog steeds geen Anna. We besluiten haar op te bellen. De familie is inderdaad nog thuis, maar na 5 minuten komt een oude Dacia de straat inknorren. Daar zijn ze. We gaan direct maar eten. Bobotie is denk ik een nieuw gerecht voor Anna en de familie. Echt veel eten ze niet, maar wij des te meer. Daarna volgen de toespraken. We bieden Anna in dank voor de gastvrijheid die we krijgen in haar school een boek over Nederland aan (dank je wel Bert van Loo) met daarin handtekeningen van de projectdeelnemers. Anna bedankt ons weer, maar in haar verhaal laat ze duidelijk merken dat ze eigenlijk vindt dat wij veel te veel aandacht besteden aan de zigeuners; ook de andere dorpsgenoten willen wel een graantje meepikken van ons verblijf. Zij hebben het ook niet zo rijk. Dat hadden we zelf ook al wel gezien. 't Is iets om te onthouden. Wil je de zigeuners helpen, dan zul je ook moeten investeren in het dorp Band zelf, anders verpest je de sociale verhoudingen.
Na het eten vlamt en rookt het kampvuur. Jannes ruilt een pak koffie en een pakje thee bij de buren voor nog een paar blokken hout, zodat het vuur nog een beetje door kan branden. Vlad, de zoon van Anna vindt het wel leuk, zeker als de chips langskomen. De man van Anna verdwijnt nu en dan even. We verdenken hem ervan dat hij nu en dan een borrel gaat pakken in de plaatselijke kroeg. Onze avond is immers zonder alcohol…. Anna gaat met Greet in gesprek over het onrecht dat de dorpsgenoten wordt aangedaan, omdat zij niet mogen meedelen in voedselpakketten. Zij beschouwt het als discriminatie…maar is het dat ook? De dorpelingen zijn zeker niet rijk te noemen, maar de zigeuners hebben helemaal niets! De man van Anna is inmiddels helemaal verdwenen en de Dacia ook. Tegen half 11 brengen we Anna en Vlad met een bus naar huis. Anna bezweert ons dat we ook bij haar moeten komen eten. Onze belofte is nog wat vaag. Vanaf morgen zijn we immers een paar dagen weg.

Zondag
Na de 'doorzakavond' lijkt het even op een zondagochtend in Houten: op tijd uit bed, klaarmaken en naar de kerk. We zijn erg benieuwd naar de kerkdienst. Als we met zijn allen in de zon door het dorp lopen zien we bij het kerkje Paul Crisan en Cami al staan. De kerkdienst wordt een bijzondere ervaring. Het begint met de zang van de zigeuners. Een van de mensen tovert klanken uit het elektronisch orgeltje (loopt op een batterij). Hij is tegelijk ook voorzanger. De ruimte van het kleine kerkje vult zich tot in alle hoeken met geluid. Machtig is dat zingen van die mannen. In de melodieën hoor je net als in Keltische muziek de eindeloosheid van het zwerven, de horizon die altijd maar verder ligt, een volk op reis. Maar in de woorden is er herkenning: we horen de naam van God en de naam Jezus. Ook deze mensen, hoe arm, hoe kansloos, hoe verschopt zingen over de Here Jezus en de verlossing die hij heeft gebracht.
Paul Crisan vertelt aan de hand van een bijbeltekst over de herbouw van de tempel. Hij vergelijkt die bouw met onze bouw aan het daycenter. In die tijd waren de meeste Joden blij met de nieuwe tempel,ze juichten! Maar anderen huilden, omdat ze nog wisten hoe mooi de eerdere tempel was geweest. Hij roept de zigeuners op dus maar even te juichen. Huilen mag ook, als je dat wil, maar dat is wat minder van toepassing. Een geweldig gejuich doet het gebouwtje op zijn grondvesten schudden. We vrezen voor het pleisterwerk. Na de preek van Paul Crisan krijgt Brother John, Jan Hoetmer het woord die wat vertelt over onze kerk en over het project. Na zijn goede woorden is de beurt aan Greet (Grees) maar Grees is hees. Ze kan helemaal geen woord meer uitbrengen. Dan gaat Marrie maar, die wat vertelt over ons verblijf in de school. We zingen gezamenlijk wat liederen, zij voor ons in het Roemeens, wij voor hen in het Engels of Nederlands. Opvallend: er wordt geen collecte gehouden. Later horen we, dat dit expres was, om ons niet in verlegenheid te brengen. Tenslotte zingen wij de mensen nog toe in het Nederlands: De Here zegene u en vreemd - dat zou in onze kerkdienst niet zo gauw gebeuren - we heffen allemaal een hand op om die zegen te symboliseren.
Diep onder de indruk komen we de kerk uit en laten we de zigeuners alleen. De dienst gaat waarschijnlijk nog wel een uurtje door. Terug in de school drinken we wat en dan pakken we alle eten en drinken verder in omdat we op weg gaan naar Belis en ergens onderweg zullen picknicken. Alles gaat mee: luchtbedden, slaapzakken, kleren want we zullen een nacht weg zijn. Onze zalen in de school zien er opeens wat kaal uit nu al onze spullen weg zijn. We stappen in de bussen. Nog steeds schijnt de zon, maar in de verte is de lucht donker….

Wordt vervolgd

terug