De Roemenie reis, een impressie

 

Deel 2  van het reisverslag

Woensdag

Deze woensdag begonnen de eerste rituelen vorm te krijgen. Zo wasten de meiden zich bij één hele en twee halve wastafels, terwijl de jongens zich buiten met een paar emmers en wat plastic bekertjes moesten behelpen. Dat was wel even doorbijten, want zowel het water als de luchttemperatuur waren aardig koud. Daarna was er een lekker ontbijt verzorgd door de corveeploeg van de dag. We openden de dag met Galaten 6 vers 7-10, waarin we worden aangespoord te zaaien op de akker van de Geest en goed te doen aan de mensen om ons heen. We zongen een aantal liederen en baden voor de dag die voor ons lag. Vervolgens overlegden we het dagprogramma en de verschillende taken. Vandaag gingen we voor het eerst met de zigeunerkinderen een kinderprogramma doen…heeeel spannend!! Hoe zou het gaan, hoeveel kinderen zouden er zijn, zouden ze luisteren, zouden ze misschien alle potloden en stiften pikken…? De vorige ochtend hadden we van Marlies al wat tips meegekregen over hoe we met de zigeuners om moesten gaan. Bijvoorbeeld dat je beter niet meteen dingen moet geven aan bedelende kinderen, omdat ze dan de rest van de dagen niet meer op zouden houden te bedelen; en dat we geen dingen moesten beloven, omdat je die vaak toch niet waar kan maken. Tegelijk hoefden we ook nergens bang voor te zijn, want het zijn enorm hartelijke mensen. Nou, gelukkig was het toen allemaal erg meegevallen, en zoals in het vorige stuk te lezen is, stonden we al snel te zingen en te dansen met de zigeuners. Maar ja, met z’n allen in een klein kerkje, dat is natuurlijk wel wat anders. Gewapend met Ghita, onze tolk, ging de kinderwerkgroep naar het kerkje, en wat ze daar zagen…160 zigeunerkinderen in een ruimte nauwelijks groter dan een gemiddelde woonkamer in Nederland! Na een tijdje waren de kids zo neergezet dat ze allemaal ongeveer 20 vierkante centimeter voor zich hadden waar ze een kleurplaat konden maken. Een beetje onwennig, de meesten hadden nog nooit een potlood vastgehouden, gingen ze aan het tekenen. En wat fantastisch om die gezichtjes te zien als ze vol trots hun ‘tekening’ lieten zien! We leerden ze ook het liedje ‘We are marching in the light of God, we are moving in the power of God, we are living in the love of God’, Met gebaren uiteraard. Na een uurtje kon je ongeveer op de lucht lopen zo benauwd was het…De kids kregen bij het weggaan nog wat lekkers te eten en een bekertje limonade. En wat bleek, we misten nog geen potloodje!!! Van de oorspronkelijke bedoeling om ’s ochtends een programma voor de jongste kinderen en ’s middags voor de tieners te doen, kwam niet veel terecht, want we hadden deze ochtend al alle leeftijden door elkaar. Een leerpunt voor de komende dagen dus. Na het uitwisselen van de eerste kinderwerk-ervaringen hebben we gegeten en de dagboeken wat bijgewerkt. Helaas kon er nog niet worden begonnen met de bouw van het ‘dagcentrum’, want de grond was nog maar een paar dagen geleden aangekocht en allerlei vergunningen moesten nog worden geregeld. Om een uur of vier die middag zijn we met z’n allen naar St. Georghe de Padure gereden. Daar staat een weeshuis van Paul Crisan (onze contactpersoon). We kregen hier een rondleiding door het tehuis, waarin 12 kinderen van 4 tot 11 jaar leven. Het is heel kleinschalig en met voldoende leiding, zodat de kinderen genoeg (soms zelfs te veel) aandacht kunnen krijgen. Een echt voorbeeld-tehuis. Na een heerlijke maaltijd (Hongaarse Goulash), hebben we wat met elkaar gezongen. De kinderen daar bleken zelfs allemaal Nederlandse liedjes te kennen, zoals ‘Papagaaitje leef je nog’, geleerd van Nederlandse vrijwilligers. En wat een grote verrassing toen bleek dat in hetzelfde dorp twee meisjes woonden, Mogdi en Irina, die drie jaar geleden in het kindertehuis in Zau de Campie waren (weet u nog, dat project in 2000 waar ook een grote groep jongeren naartoe is gegaan). Arko, Johannes, Janine, Marlies en Jannes waren daar drie jaar geleden ook geweest.

s Avonds kwamen we een beetje moe, maar voldaan weer ‘thuis’. Na een ‘goeie BOEM’ gingen we gauw slapen.

Donderdag

We werden (zoals gewoonlijk) ongeveer een half uurtje eerder gewekt dan we gisteren hadden afgesproken. Arko zette namelijk trouw elke ochtend om een uur of zeven onze ‘pomp met gebruiksaanwijzing’ aan, en vulde ons bad, zodat we de rest van de dag water hadden. Dit was overigens geen drinkwater. Na de bekende wasrituelen en het ontbijt, openden we de dag samen met God. De spreuk van vandaag was: als je geld nodig hebt om rijk te worden…ben je pas echt arm! We vonden het de afgelopen dagen erg moeilijk om te zien hoe de zigeuners leefden; geen bescherming tegen kou en regen, elke dag weer die onzekerheid of er wel wat te eten zou zijn. Zo graag wilden we ze helpen, maar we merkten ook dat we hun situatie niet zomaar even konden verbeteren. De spreuk hielp ons inzien dat we juist ook op een andere manier konden helpen! Door de Liefde van Jezus te laten zien in deze plek waar zo weinig liefde wordt ervaren. We zongen ‘als je bidt zal Hij je geven’ en baden om Gods zegen over de dag. De kinderwerkgroep van vandaag ging onder leiding van Johanna en Johannes de werkjes voorbereiden en een dramastukje over een bijbelverhaal. Jan had een afspraak met de architect, die een plan voor het dagcentrum aan het ontwerpen was. De corveeploeg van de dag o.l.v. Marrie ‘Coby’ Steendam, ruimde op, maakte schoon, en ging vervolgens boodschappen doen in de Selgross, een supermarkt/warenhuis dubbel zo groot als de grootste franse hypermarché die u ooit gezien heeft. Een teken van de vooruitgang van Roemenië, waar de zigeuners tot nu toe totaal niet in mee kunnen komen, integendeel.

Het kinderprogramma ging deze keer wat gestructureerder en het lukte om in de ochtend grofweg de kinderen tot tien jaar en ’s middags de tieners te krijgen. We vroegen de kids of ze het liedje van gisteren, We are marching, nog wisten…’da, da, da’, we zongen het met ze. Leerden ze ook weer een nieuw liedje: Who is the king of the jungle. Het is echt heel bijzonder wanneer je jongens van 18, soms 20 jaar, mee ziet zingen en heel geconcentreerd de bijbehorende gebaren proberen na te doen. Ook deden we werkjes en een spelletje en konden ons nu wat meer richten op de verschillende leeftijden.

Inmiddels waren we bekend in het hele dorp en zodra we ergens verschenen werden we door de zigeuners en vaak ook Roemenen begroet of om geld dan wel brood gevraagd. We probeerden wat Roemeens: cum te cheamă, hoe heet je, en: caţi ani ai, hoe oud ben je (meestal een paar jaar ouder dan je zou schatten, allemaal groeistoornissen). Dan was het ijs snel gebroken. Ook bij onze school kwamen regelmatig zigeuners of mensen uit de buurt kijken, de meesten waren ontzettend aardig en geïnteresseerd. Na een heerlijke maaltijd bereid door Coby, met raad en daad bijgestaan door Johan, liepen we met z’n allen richting de zigeuners omdat we al een paar keer waren gevraagd een goede pot voetbal te spelen. Maar toen we het zigeunergedeelte van Band wilden binnenlopen, werden we tegengehouden door Bela (de pastor), zijn broer Marin en nog een paar christenen. Ga alsjeblieft niet verder, zeiden ze, het is niet veilig. Wat bleek, het was die dag ‘betaaldag’. Van de zigeuners heeft niemand vast werk, maar via een soort uitzendbureautje konden ze af en toe een dagje bij een boer of bij wegwerkzaamheden werken. Eén keer in de paar weken kregen ze uitbetaald en dat was deze donderdag. En veel van de zigeuners hadden van het geld drank gekocht en waren nu dronken, daarom was het niet veilig voor ons. We gingen boos en verdrietig terug. Waarom kochten ze geen eten voor hun kinderen, of hout voor hun huis?! Tegelijk begrepen we dat het voor hen een manier was om even een avondje alle zorgen en depressies te vergeten. Marin, die zich ook heel erg schaamde, ging toen toch maar met ons naar het voetbalveld, daar waren ook nog een paar zigeunerjongens uit een ander deel van Band. Met hen hebben we nog lekker gevoetbald. Later op de avond was er veel te bespreken tijdens de BOEM. Het kinderwerk, lieve bedelende zigeunerkindjes, de dronken zigeuners en de bouw waar we nog steeds niet mee konden beginnen. We hebben God gebeden om Zijn hulp voor de zigeuners en voor onszelf. En of we de volgende dag toch met de bouw konden beginnen.

                                                                                     Wordt vervolgd (Jannes de Jong)!

 

terug