De huidige situatie in Roemenie
Het vorige stukje ging over een stuk Roemeense geschiedenis met daarin een hoofdrol voor Ceausescu. Deze keer een paar impressies van het land in de jaren na de dictator. Het vorige Rondhout eindigden we met een oorzaak van veel Roemeense ellende: apathie. Dit heeft enorme invloed op het hele land. Maar de Roemenen zijn niet alleen maar slachtoffer. De Tsjechoslowaakse president Vaclav Havel sprak eens voor zijn eigen volk, maar wat hij zei was ook op de Roemenen van toepassing: "Het ergste is het verwoeste morele milieu. Wij zijn allemaal moreel ziek, omdat wij allemaal gewend waren het ene te zeggen en het andere te denken. Wij zijn allemaal gewend aan het totalitaire systeem, hebben het geaccepteerd als een niet te veranderen feit en hebben het daardoor draaiende gehouden. Niemand van ons is louter het slachtoffer ervan, want wij hebben het allemaal samen helpen creëren." En dat blijkt duidelijk uit de volgende cijfers: Voor het eind van Ceausescu's val had de Securitate (de veiligheidsdienst) 486 duizend informanten en de communistische partij 3 miljoen leden. Behalve de miljoenen waren er ook nog vele miljoenen Roemenen die maar zoveel mogelijk in de dictatuur meegingen om zelf buiten schot te blijven. Er waren na 1989 dus maar weinig mensen die geen boter op het hoofd hadden. Zo ook in de politiek. Veel nieuwe leiders hadden liever niet dat met een krachtig en open beleid een punt achter het verleden zou worden gezet; een paar economische gevolgen. De economie van Roemenië is een moeilijk verhaal, vooral voor buitenlandse investeerders. Onder het communisme was alles (inclusief de individuele wil en het individuele denken) gecollectiviseerd. Na de plotselinge val van het bewind Ceausescu stond het land voor de zware taak een open markteconomie te worden. Hiervoor moesten zware offers worden geleden. Bijvoorbeeld het sluiten van staatsbedrijven met honderdduizenden werknemers. En hier deinsden veel politici uit angst voor verlies van steun van de bevolking voor terug. Ze hadden het sowieso al moeilijk genoeg, want veel mensen die onder Ceausescu in ieder geval nog eten, drinken en een dak boven het hoofd hadden, zagen nu zelfs dat in gevaar komen. Daar waar in andere Oost-Europese landen wel pijnlijke, maar broodnodige maatregelen werden genomen, gebeurde het in Roemenië maar halfslachtig. Tezamen met een zwakke munt (de Lei) leidde dit tot een zeer instabiele economie. Zo kende het land in 1996 een economische groei van 3.9%, iets waar veel Europese landen jaloers op waren, het volgende jaar echter kromp de economie met 6,1%. Tezamen met een heleboel andere negatieve factoren zoals: slechte infrastructuur, verouderde industrie, gierende inflatie (in 1992 ruim 300%, in 1999 nog steeds 73%) was het voor het land erg moeilijk om uit het economisch dal te komen. Gelukkig lijkt de situatie zich de laatste jaren enigszins te stabiliseren, de inflatie kan dit jaar met veel kunst en vliegwerk misschien onder de 10% worden gehouden en de economie groeit weer een beetje, deze keer constant. Voor de gemiddelde Roemeen wordt het weer wat makkelijker om een beetje aangenaam leven te leiden. Zigeuners vallen echter helaas niet onder de definitie van 'gemiddelde Roemeen', maar daarover later meer.
